Pilot Integrale Zorg bij LVB-instelling Lijn5
In 2011 begeleidde Van de Bunt een pilot Integrale Zorg (IZ) bij Lijn5, een instelling voor kinderen met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB). In een pilot in de regio Noord Holland werd de omslag gemaakt van residentiele zorg naar intensieve ambulante behandeling. Dit is een ontwikkeling die we in deze sector steeds meer tegenkomen. De omslag naar ambulant behandelen wordt ingegeven door een visie op jongeren en gezinnen, waarin men het beter vindt om een kind in zijn eigen omgeving te behandelen en begeleiden. Maar ook bezuinigingen in de zorg spelen hierbij een rol: kan het goedkoper zonder kwaliteitsverlies?
Voor Lijn 5 staat de kwaliteit van de behandeling en het belang van de jongeren voorop. Niet elk kind kan thuis worden behandeld. Voorwaarde is dat het gezin voldoende veiligheid kan bieden en dat Lijn5 voldoende tegemoet kan komen aan de meest complexe behoeften en vragen van de jongere en zijn/haar gezin.
Lijn 5 heeft afspraken gemaakt met de drie in deze regio opererende Zorgkantoren. Daardoor was het budget gedurende de pilotfase gebaseerd op de kosten voor residentiële behandeling. De verschillende behandelmodules, zoals Ambulante Gezinsbehandeling, Naschoolse Dagbehandeling, Trainingcentrum en (Systeem)therapie mochten tegelijkertijd of na elkaar worden aangeboden. Bovendien kon er van een tijdelijk bed gebruik gemaakt worden als het thuis niet meer ging.
Meer jongeren behandelen
De jongeren komen in principe van de wachtlijst. De verwachting was dat, door de verantwoordelijkheid bij de ouders te laten liggen en hen te versterken in hun positie als opvoeder, de behandelduur van de jongeren uiteindelijk korter is dan bij reguliere residentiële behandeling. Hierdoor zou Lijn 5 op den duur meer jongeren kunnen behandelen en zou de wachtlijst voor deze behandeling afnemen. In totaal heeft Lijn5 in deze pilot zeventien jongeren ambulant behandeld. Dit aantal is wat men ook verwachtte te kunnen behandelen. Ook is gebleken dat deze vorm van intensieve ambulante behandeling, eventueel aangevuld met (systeem)therapie, voldoende te zijn om de draagkracht in het gezin(systeem) te versterken. Tot nu toe is nog geen beroep op het tijdelijke bed gedaan, omdat ook het bredere sociale netwerk van de jongere wordt ingeschakeld. Het feit dat er in noodgevallen een bed beschikbaar is geeft ouders een veilig gevoel en voldoende steun om in samenwerking met de ambulante begeleiders de jongere thuis te houden.
In een specifieke locatie bleek het minder gemakkelijk om geschikte jongeren van de wachtlijst thuis te behandelen. Deze jongeren kampen met zeer ernstige en complexe problematiek en zijn geïndiceerd voor een besloten setting. Daarom is hier gekozen voor een aanpak waarbij de jongeren die al zijn opgenomen, versneld naar huis toe begeleiden. Op deze wijze wil Lijn 5 de gewenste doorstroom bewerkstelligen.
Kennis ontwikkelen
Zoals bij iedere innovatie is het in het begin altijd zoeken waar de grenzen en mogelijkheden liggen. We hebben gemerkt dat er extra vaardigheden en kennis nodig zijn om intensieve ambulante behandeling van een kwalitatief goed niveau te leveren. Het gezin zal nog meer als een samenwerkingspartner moeten worden gezien, de verschillende vormen van zorg en behandeling zullen goed op elkaar afgestemd moeten worden. Ook zullen de behandelaars en gezinswerkers moeten ze leren hoe het sociale netwerk van het gezin tijdig, het liefst al vóórdat de behandeling start, betrokken kan worden. Daarom krijgen ze trainingen op het gebied van sociale netwerkstrategieën en casemanagement aangeboden.
De Universiteit van Amsterdam gaat de implementatie van Integrale Zorg in de pilot evalueren. Het rapport is in maart 2012 beschikbaar.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:










